Tips en trucs

Bij het behangen zijn er nog al wat handige tips en trucs te noemen. Hieronder vind je een selectie van de handigste tips bij het behangen. Misschien kende je er al een aantal van, maar wat je nog niet wist, is toch maar weer mooi meegenomen.

  • Reken van tevoren goed uit hoeveel rollen behang je nodig hebt. Het is immers zonde als je net lekker bezig bent en het behang is op. Het is overigens natuurlijk ook zonde om na het behangen nog met enkele overgebleven rollen te zitten. Plan wel iets ruimer dan de exacte benodigde hoeveelheid behang, want er kan altijd iets fout gaan;
  • Wanneer je behangbanen aan het snijden bent dan meet je uiteraard de juiste afmetingen op. Wanneer je een goede strook hebt gesneden, kun je het meetlat wegleggen. Je meet dan als het ware met de strook die je zojuist op maat hebt gesneden. Dit scheelt tijd en moeite en is toch nauwkeurig genoeg;
  • Wanneer je vooraf banen in aan het smeren bent, doe er dan niet meer dan je in een kwartier op kunt plakken. Het zou anders zomaar kunnen dat de lijm op de behangstroken is opgedroogd voordat je aan het daadwerkelijke behangen toekomt;
  • Werk bij het behangen altijd van het raam af. Op deze manier valt het licht in de behangnaden zodat ze nauwelijks opvallen. Doe je het andersom dus naar het raam toe dan vallen de behangnaden juist enorm op;
  • Begin met behangen langs een loodlijn die je precies verticaal hebt afgetekend. Je maakt gebruik van een touwtje met iets zwaars eraan. Wanneer het recht naar beneden hangt dan kun je de verticale lijn tekenen waartegen de eerste behangbaan moet komen te zitten;
  • Druk het behang secuur aan. Het beste kun je met een droge en schone borstel van het midden uit naar boven en beneden vegen om het behang aan te drukken. Ga je van links naar rechts dan kunnen er golven in het behang ontstaan waardoor het lastiger wordt om een volgende baan mooi aan te laten sluiten;
  • Om het beste resultaat te verkrijgen, stoot je de banen tegen elkaar aan. Met een lichte vingerdruk schuif je de banen tegen elkaar tot de beide randen van de behangstroken iets tegen elkaar opstaan. Deze naden strijk je glad met een borstel. Je kunt ze daarna vastdrukken met een nadenroller;
  • Het overtollige behang knip je mooi af met een schaar. Je wrijft voorzichtig met de stompe kant van de schaar over het behang langs het plafond of langs de plint. Er ontstaat dan een vouwlijn. Langs deze vouwlijn kun je het behang netjes wegsnijden of wegknippen.